Ruwheidswaarden (2)

In een vorig nieuwsberichtje hadden we het al eens over ruwheidswaarden (Ra waarden). Enkele grenzen die regelmatig worden gehanteerd zijn een Ra < 0.8µm, een Ra < 1.2µm of een Ra < 3.2 µm. Maar, hoe moeten we ons deze afwerkingen voorstellen? Een Ra van 3.2µm is vrij ruw, een Ra van 0.8µm mits voldoende kennis en ervaring haalbaar is en nog fijnere Ra waarden toch wel echt zeer specifieke kennis vragen.

Gebaseerd op onze eigen metingen (die dus niet veralgemeend mogen worden), kunnen onderstaande waarden een richting geven van Ra waarden: * spiegelinox machinaal: Ra 0.03 µm * 2b finish: 0.18 µm * geslepen K320 machinaal, afhankelijk van met slijprichting mee of dwars: +/- 0.15 tot 0.3 µm * geglasstraalde 2b plaat, met onze fijne korrel en afhankelijk van de gebruikte druk: Ra 0.52 µm tot 1.5 µm. Aangezien er op de meeste plaatsen met een grovere korrel gestraald wordt en aangezien wij vertrokken zijn van een 2b plaat en niet van een voorbewerkte plaat, gaat in de meeste gevallen de Ra waarde hoger liggen, toch zeker op de plaatsen waar een bewerking is gebeurd. * warmgewalste plaat: tussen 3 en 3.5 µm Laat u niet misleiden door bovenstaande gegevens: zo lang er kan vertrokken worden van een 2b finish of een machinaal geslepen plaat, zijn deze Ra waarden uitstekend. Vanaf het moment dat hierop een manuele bewerking wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld wegens het wegslijpen van een lasnaad) stijgen deze Ra waarden bij een normale bewerking aanzienlijk. Het is op deze plaatsen (of op plaatsen waardoor er door bewerking een beschadiging van de plaat is geweest) dat enkel een geoefend slijper ruwheidswaarden < 0.8 µm kan aanhouden. Uiteraard geldt hetzelfde als men verder wil spiegelpolijsten. Karine

22 oktober 2010